Hulde aan mijn geliefde Goede Herder

Ik vertoefde in den vreemde, ver van het huis van mijn Vader. Ik was volkomen afgedwaald van de kudde van Christus waartoe ik door mijn Doop als kind behoorde. Ik zat verstrikt in mijn eigen ‘ik’.

Zelfs als de Goede Herder mij was gaan opzoeken, wilde ik daar niet van weten. Ik weerde Hem af en wilde niet door Hem bevrijd worden. Integendeel, ik wikkelde mij nog meer in de door mijzelf gemaakte strikken in en liet toe dat de duivel die strikken die ik over het door mij vertroetelde ‘ik’ gespannen had, nog strakker aantrok. Ik was volstrekt onmachtig en onwillig om te luisteren naar de stem van de Goede Herder.

Totdat... op zekere dag de Goede Herder er schoon genoeg van had. En wat deed Hij? Hij had alle recht om mij in mijn eigen soep te laten gaar koken en Zich helemaal van mij terug te trekken, zodat ik in mijn zelfgekozen ellende zou vergaan.

Maar wat deed Hij? Ik kan dat niet verklaren. Elke wedergeboorte is een wonder. Het was net alsof Hij mij onder Zijn geestelijke narcose bracht. Hij schakelde mijn bewustzijn uit, zodat ik niet meer tegen kon stribbelen. Hij daalde af naar de kern van mijn wezen, naar die geheime plaats waar ik ik ben.
Toen begin Hij als een chirurg aan en in mij te snijden. Nee, hij stopte niet alle vuile bronnen in mij. Ook na de wedergeboorte blijven we nog geneigd tot alle kwaad. Maar die grondneiging om uitsluitend mezelf te zoeken, sneed Hij weg. In plaats daarvan stortte Hij Zijn liefde in mij uit (Rom. 5:5).

Wat deed Hij nog meer? Tot dan toe was ik een en al zelfvertrouwen: ‘Ik zal dat wel klaren! Hulp van anderen heb ik niet nodig, ook niet van de Ander.’ Hij hakte dat dwaze en zondige zelfvertrouwen in mij weg.
In plaats daarvan schonk Hij mij het geloof in Hem, zodat ik voortaan volledig op Hem zou bouwen en geen enkel heil meer van mezelf zou verwachten. En door dat geloofsvertrouwen in Hem rekende God mij de gerechtigheid toe van Jezus zelf. Daardoor werd alle schuld van mij weggenomen en werd ik rijk uitgedost met de heiligheid van Christus.

Wat deed Hij nog meer? Ik was van binnen keihard, ik had een hart van steen, ik kon desnoods over lijken gaan, als iemand zou willen doordringen in de burcht van mijn ziel. Maar Hij verrichtte bij mij een harttransplantatie. Hij vervulde aan mij de belofte: “Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste. Het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal ik in uw binnenste geven en maken dat gij naar Mijn inzettingen en geboden wandelt” (Ez. 36:26,27).
Ik had intussen bij Hem niet een opknapbeurt gekregen – daar was trouwens ook geen beginnen aan, want we zijn sinds de zondeval te radicaal bedorven. Hij had de wortels van mijn wezen verlegd naar Hemzelf. Hij had mij als een rank ingeënt op Hem, de Wijnstok. Sindsdien hoefde ik mijn geestelijke levenskracht niet meer te halen uit mijn bedorven natuur,
maar mocht ik door het geloof telkens uit deze Wijnstok de eeuwige levenskracht naar mij toe zuigen.

En toen Hij helemaal klaar was met die radicale en totale verandering van mij, tilde Hij mij, het gevonden schaap, “met blijdschap op Zijn schouders” (Lukas 15:5) en droeg mij naar de grazige weiden van Zijn Woord en voegde mij bij Zijn kudde, dat is: Zijn gemeente. Hij deed mij genieten van de gemeenschap der heiligen.
En dat heeft Hij gedaan met iedereen die Hij tot bekering wilde brengen, met ieder die de Vader Hem gegeven had.

Hulde aan deze Goede Herder!!!

Herman Hegger


Reacties op getuigenis?!

Onder de teksten van de verschillende getuigenissen staan reacties. Wij vinden het bijzonder leuk om reacties te krijgen op wat hier gepubliceerd wordt.

Misschien heeft uzelf wel iets moois wat we hier mogen publiceren!? We ontvangen uw reacties en bijdragen heel graag per email: reactie@eenheid.org